Zowel in De Standaard als in De Morgen ging het tijdens het voorbije jaar om de schoolfactuur: dit initiatief van de vorige socialistische minister van onderwijs zou niet volstaan om de ware kosten van het onderwijs te dekken voor mensen die het echt nodig hebben. Uit de artikelen blijkt dat mensen exact kunnen becijferen wat hun schoolgaande kinderen hen kosten. Dit doet me denken aan wat de profetische Multatuli in 1862 schreef in zijn Idee nummer 346: ‘Ik ken een vader die precies weet hoeveel z’n zoon hem kost aan onderwijs. Hij schrijft alles op. Maar wat hij leert van z’n kind, schrijft-ie niet op. Dat is onbillijk.’ De vele jammerklachten zouden ons inderdaad kunnen verleiden tot de vraag waarom sommige ouders in feite voor kinderen hebben gekozen: wegen de (financiële) lasten dan zoveel zwaarder door dan de lusten? Uiteraard is deze vraagstelling simplistisch: kinderen zijn niet enkel het nageslacht van hun eigen ouders, zij zijn de volgende generatie van de gehele maatschappij, en om die reden behoort het tot de plichten van de gemeenschap om bij te dragen aan hun welzijn en opvoeding. Een tweede vraag is of al die klagers bereid zijn om de fiscale gevolgen te dragen van de inwilliging van hun klachten: hogere uitgaven vanwege de overheid zijn immers enkel mogelijk indien er voldoende belastingen worden geïncasseerd. En belastingen zijn het herverdelingsmechanisme bij uitstek in onze welvaartsstaat: het zal altijd zo wezen dat wie nominaal de hoogste bijdrage levert – in centen en zelfs in procenten dus – vaak minder terug zal krijgen als wie een kleinere bijdrage levert. Belastingen kunnen immers maar herverdelend werken indien zij het principe volgen van ‘de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen’. Wie daar niet mee akkoord gaat, moet maar een privé-verzekering afsluiten en zich desnoods levenslang verzekeren tegen de kostprijs van zijn kinderen. Hebben diegenen die zich de reeds bestaande privé-verzekeringen en aanvullende spaarformules kunnen veroorloven wel nog steun van de overheid nodig, in de vorm van kindergeld en studietoelagen? Moeten er geen prioriteiten worden gesteld als men vertrekt van het inzicht dat de overheidsmiddelen altijd beperkt zullen blijven en in vele gevallen ontoereikend om alle noden te lenigen? Als ik mezelf als voorbeeld mag nemen: moet ik mij nu als een bevoorrechte beschouwen omdat ik als zelfstandig student over een maximale studiebeurs kon beschikken? Waarom werd ik aanvaard als ‘zelfstandig’ student: mijn ouders waren allebei overleden, ik woonde alleen op mijn kot en ik had reeds 2 jaren gewerkt als onderwijzer: dat waren toen de voorwaarden. Ik moet de Belgische staat dus dankbaar zijn, wat mij persoonlijk betreft. Minder dankbaar ben ik de staat voor de onteigening van ons huis waardoor mijn vader wellicht vroeger is gestorven aan al zijn gepieker en slapeloze nachten, en voor het feit dat hij in 1946 zijn werk bij de rijkswacht werd afgenomen omdat hij lid van het VNV was geweest, wat ons gezin ruim 15 jaar in een relatieve armoede heeft geduwd. In elk geval herinner ik mij in alle scherpte een incident tussen mijn vader en mezelf toen ik aankondigde dat ik naar de universiteit zou gaan en dus mijn plaats en inkomen als onderwijzer wou opgeven: ‘Ik weet wel dat een ouder zich moet opofferen voor zijn kinderen,’ was zijn reactie. ‘Ik zal er verdomd voor zorgen dat het u geen rotte frank zal kosten,’ was mijn repliek. En ik heb woord gehouden dankzij een huishoudboekje waarin ik al mijn uitgaven bijhield en een kleine bijverdienste als hulpje van een landmeter. Deze geschiedenis is allesbehalve uitzonderlijk: heel wat leerlingen in ons middelbaar onderwijs en aan onze universiteiten klussen bij om zelf bij te dragen in hun schoolkosten. Zij verschillen dus sterk van de luxe-kinderen die een studentenjob aannemen om zich een brommer te kopen of om op reis te gaan of te boemelen. In elk geval: geld of beter gezegd een tekort aan geld zou nooit de reden mogen zijn dat iemand niet verder studeert. Iedere keer een jongere zijn of haar studies moet stopzetten uit geldgebrek, is een kaakslag voor onze verzorgingsstaat, een reden tot schaamte. In een rijke regio als Vlaanderen mag er enkel worden geselecteerd op talent en inzet, nooit op financiële draagkracht. Als je daarvan overtuigd bent, dan weet je ook dat je niet moet stemmen voor partijen die het egocentrische individualisme prediken en er trots op zijn dat ze een anti-belastingenpartij zijn. In een solidaire samenleving aanvaardt men de noodzaak van voldoende fiscale inkomsten, de discussies kunnen enkel gaan over de billijke verdeling, de hoogte van aanslagvoeten, de controle op de inning – met andere woorden: de technische aspecten van het belastingsysteem. De grootste sociale vooruitgang bestaat juist in de evolutie van de negentiende-eeuwse aalmoezenpolitiek naar het herverdelingsmechanisme van de verzorgingstaat: belastingen zijn structurele solidariteit en bieden globaal gezien betere resultaten als meer individualistische maatschappijmodellen zoals het Amerikaanse: daar heb je wel een hogere top, maar tegelijk ook een veel bredere onderlaag die in de miserie zit. Studietoelagen en kindergeld zijn dus een mechanisme van structurele solidariteit met de nieuwe generatie.
Scores:
Er zijn nog niet genoeg stemmen.
Er zijn nog niet genoeg ratings.
Aantal keer gelezen: 94
Categorie(ën): Onderwijsbeleid
|