Op het gevaar af te vervallen in veralgemeningen - bij voorbaat alvast mijn excuses aan ieder die zich aangesproken voelt - ben ik de voorbije maanden toch gesterkt in mijn overtuiging dat de meeste kinderen hun ouders en leerkrachten niet bewust pesten, treiteren of stokken in de wielen steken. Soms lijkt het wel anders, dat moet je toegeven. Na enkele maanden liep het op de school van onze oudste zoon de spuigaten uit - zie daarvoor ook mijn vorige blog. Onze zoon kreeg geen vat op zijn schoolorganisatie en zijn leerkrachten, maar de leerkrachten kregen ook geen vat op hem. En toen kwamen de beschuldigingen over en weer - veel vaker dan nodig. Op den duur dachten de leerkrachten dat hij opzettelijk dwarszat. En hij vertrouwde hen ook voor geen haar meer. Leerkrachten horen het op te nemen voor de kinderen, niet continu proberen bewijzen dat de kinderen fout bezig zijn. Dát vond hij ervan. In mijn stage merkte ik hoe moeilijk het was om alle kinderen met een open vizier te blijven bekijken. Hoe snel hebben we als leerkracht de kinderen in vakjes geduwd als "de slimme" maar ook "de domme", "de lastige", "de zaag", "de zielige", "de wildebras", "de ADHD-er"... en dat zijn etiketten waar ze vaak de rest van het jaar niet meer vanaf komen. Vooral met negatief gedrag in de klas vond ik het moeilijk om de gedachte "dit doe hij express" of "dit is om mij te pesten" te blijven negeren. Gelukkig had ik zeer goede begeleiding en lukte dat wel. In tegenstelling tot het "opzettelijk wangedrag" waarvan sprake, lijkt het er toch op dat prille pubers hun best doen om zo min mogelijk op te vallen. Ze streven naar main-stream in hun zoektocht naar identiteit. Ze willen wel opvallen, maar tegelijkertijd wegzinken in de massa. Ze willen gezien worden, maar liefst in kledij die zo weinig mogelijk verschilt van hun klasgenoten. Ze willen gehoord worden, maar kunnen hun standpunt nog niet echt formuleren. Een standpunt dat vaak nog erg stereoptiep is. Het verschil dat mij nog het meest opvalt met vroeger is dat wij - en dan heb ik het over de generaties geboren tot 1985 - spreektijd moesten "verdienen" door iets zinnigs te zeggen. Als we niets te zeggen hadden, moesten wij zwijgen. Mijn kinderen vinden dat ze altijd spreektijd moeten krijgen - gewoon door aanwezig te zijn. De dagelijkse taferelen bij de avondmaaltijd zeggen genoeg. Ze lijken het concept "ik houd als spreker rekening met mijn luisteraar" niet te vatten. Geen moment komt het bij hen op om in hun spreken vooraf al enkele onderwerpen te selecteren en andere te schrappen. Zo krijgen we aan tafel geanimeerde verhalen over Transformers en Bakugan. Dat de volwassenen aangeven dat ze zich meer kunnen voorstellen bij roze marskrokodillen, doet hen niet van onderwerp veranderen. Geen moment denken ze eraan om te controleren bij de luisteraar of die nog wel... luistert. Ze eisen dat wij hen het verhaal laten uitdoen, ook al is het slecht verteld of onvolledig of gaat het over iets wat wij al weten. Het feit dat zij iets willen vertéllen, is voldoende argument, vinden zij. Geen moment komen ze erop dat het oneerlijk is om alle spreektijd voor zichzelf op te eisen, en niets meer te laten aan een ander. Zo gebeurt het vaker dan we willen dat de maaltijd voorbij is voor de kleinste - ocharme - aan het woord komt terwijl het vaak zoveel interessanter is wat die heeft te vertellen. Het gebrek aan voeling met communicatie is maar een voorbeeld van hoe anders de kinderen van nu lijken te zijn. Communicatie is voor ons zo ontegensprekelijk geven en nemen, maar voor kinderen die vooral geconfronteerd worden met nemen (de "input" van computer en tv) is het dat helemaal niet. Voor "output" hebben ze heel wat minder aandacht. Deze generatie gaat ervan uit dat de output ondergeschikt is aan de input. Dat je haar belangen verdedigt, ongeacht hun gedrag. Altijd en overal. Dat leerkrachten er voor de leerlingen horen te zijn. Of ze zich gedragen of niet, of ze hun huiswerk maken of niet, of ze een goed rapport hebben of niet. Zij vinden dat leerkrachten het altijd voor de kinderen horen op te nemen. En gelijk hebben ze eigenlijk wel. Kunnen ze op ons/jullie/hen rekenen?
Scores:
Categorie(ën): Beschouwend, Psychologie - pedagogie - didactiek - methodescholen
|