Opvoeden gaat in eerste instantie over alle volwassenen die hun verantwoordelijkheid (moeten) opnemen. De taak van opvoeder is bijgevolg een opdracht voor elke volwassene (de ouders voorop), zodat niet alles in de schoenen van het onderwijs geschoven moet worden. Het Vlaamse onderwijs kan zich dan (dringend en uitsluitend) concentreren op haar kerntaak van ‘onderwijzen’. Goed onderwijs veronderstelt dat we de leerkrachten weer het nodige vertrouwen geven en hun aangetaste gezag herstellen. Alle technieken om de orde in een school of klas te bewaren zijn niet meer dan een lapmiddel omdat de vroeger als vanzelfsprekend beschouwde ‘autoriteit’ van de leerkracht er niet meer is. Tenslotte is een school geen beschutte werkplaats en de leerkracht geen sociaal werker. De school is ook geen bedrijf, dus is de leerkracht ook geen (gedrags)manager. Elke leerkracht is trouwens bekwamer dan de volledige verzameling van alle (zelfverklaarde) ‘pedagoochelaars’ die het telkens beter menen te moeten weten. Ondertussen wordt steeds meer aandacht besteed aan onderwijs. Het onderwijsbudget van de Vlaamse regering is een duidelijke graadmeter voor het belang van het onderwijs. Is het dan niet eigenaardig dat hoe meer we van het onderwijs verwachten, hoe minder we van de leerlingen verwachten? De kerntaak van het onderwijs verschuift langzaam maar zeker van onderwijzen naar leren, leren leren… Door de klemtoon op motivatie te leggen, hiervoor gebruik makend van allerlei technieken, zorgt men ervoor dat de leerling zich niet meer uitgedaagd voelt. Het woord ‘competitie’ is uit het onderwijs verbannen, want het bezorgt de leerlingen een trauma en het is nefast voor het welzijn van de leerlingen. Eens afgestudeerd komen ze dan wel terecht in een wereld waar competitie de norm is. Leerlingen die bepamperd worden, leven in een wereld vol lege ‘proficiats’. Ze worden niet meer uitgedaagd om het beste in zichzelf naar boven te halen en ze mogen zeker niet geconfronteerd worden met kritiek of een mislukking, want dat zou traumatiserend werken. Dat ze dan waarschijnlijk een trauma kunnen oplopen als ze voor de eerste keer geconfronteerd worden met ‘the real world’ gaat het bevattingsvermogen van die hele meute ‘pedagoochelaars’ te boven. Elke leerling is uiteindelijk ook gedeeltelijk zelf verantwoordelijk voor zijn scholing. Maar waarom moeten deze leerlingen onwetend gehouden worden? Waarom ruimt kennisoverdracht de baan voor het aanleren van vaardigheden op basis van minimale eindtermen? Omdat bij onwetend kiesvee heel veel geld te halen valt. In totalitaire landen ondermijnt men consequent de kennis en het verstandelijk vermogen van de bevolking. In Vlaanderen hebben we geen totalitair regime, dus zorgen de ‘pedagoochelaars’ voor de ondermijning van de kennisoverdracht. En zo wordt het ‘schoolvee’ later dom ‘kiesvee’ dat volgzaam is en netjes in de pas loopt (zonder hierbij kritische vragen te stellen) bij alle verhalen omtrent de bankcrisis, het begrotingstekort, de aanpak van de vergrijzing van de bevolking … en dat tevreden naar huis terugkeert na de voetbalmatch of de doortocht van de Ronde van Vlaanderen.
Scores:
Categorie(ën): Onderwijsbeleid
|