Nog enkele nachtjes slapen en het is weer zover. Dan komt de goede man. Wij hebben zelfs al zomerklaaskoeken gegeten. Heeft de sint dan geen sperperiode, potverpietjes? Toen ik nog een uk was, rookte mijn pa Almos. Later werden dat andere merken. We wisten maar al te goed waar hij zijn voorraad verstopte. Ma dacht dus dat hij veel rookte. Het gebeurde wel vaker dat hij in het donker nog om een pakje holde, naar zo’n gezellig winkeltje uit de oude tijden toen het begrip ‘koloniale waren’ nog bestond. Het rook er altijd naar zaterdag. Je kon er alles krijgen. Ik heb er eens mijn broer met zijn kont in een emmer haring geduwd. Elk jaar op één welgemikte decemberavond mochten we mee op stap om een pakje sigaretten te kopen. De wandeling heen en terug duurde een halfuur. Het was 5 december. Toen we weer thuiskwamen, mijn pa gehuld in verse Almos-wolkjes, was een andere goede man hem voor geweest. De sint was gepasseerd! We hadden hem niet eens gezien, die witte grijsaard met zijn rare kleren. Toch woonden we in een doodlopende straat. De heilige man had wat speelgoed gedropt. Zo moesten we nooit wachten tot 6 december: een ellendige schooldag waar Pieten op deuren bonkten en meesters vraagstukken opgaven met picknicken erin. (‘Jan heeft 10 picknicken. An 7. Als Jan er 6 opeet en An 2, hebben ze samen … veel pret’). Elk jaar echter was ik weer sterk ontgoocheld in de sint. Want ik hoopte altijd op een echt berenvel. Het stond lange jaren bovenaan mijn verlanglijstje. Ik wou een heus berenvel om me in te vermommen en de mensen de stuipen op het lijf te jagen. Nooit kreeg ik het. In de derde kleuterklas had ik al sterke vermoedens omtrent de identiteit van de goede man. Hij rook namelijk naar Almos-sigaretten. Samen met mijn vriend Pol-zaliger deelde ik die vermoedens. Diens sint rook naar Zemir, ook een merk van toen. Zuster Serafien van de derde kleuterklas had dat door en parkeerde ons op 6 december in een bank vlak bij de deur. 'Niet te hard schrikken als er hard gebonsd wordt hé. Je weet wel wie er dan komt hé … Maar: mondje dicht, hé!’ We knikten ijverig en medeplichtig. Maar op 6 december wipten we net als alle andere babyboomers geschrokken op, toen er knoerthard op de deur gebonsd werd en een regen van picknicken over de kortgeknipte koppen scheerde. Pol en ik keken ondertussen door de baard van de goede man heen: herkenden we één van onze vaders? Buren? Meesters van de grote school? En wat betekende dat gedoe met die vier Pieten? ‘Hulppieten,’ legde de juf uit, na het gewelddadige sintbezoek aan onze klas. ‘De goede man wordt oud en kan niet alles zelf meer doen.’ Ze keek Pol en ik staalhard in de ogen. Het leven ging later door. Ik kreeg nooit een berenvel en Pol stierf jong. En mijn pa stopte met roken.
Scores:
Stemmen op deze blog is niet mogelijk.
Raten van deze blog is niet mogelijk.
Aantal keer gelezen: 904
Categorie(ën): Pret en verzet
|