Onlangs, op 8 december, wijdde Terzake een item aan een katholieke school waar vanaf volgend schooljaar opnieuw het uniform zal worden ingevoerd, met instemming van de leerlingen. Wat me opviel was de leugenachtigheid van de argumentatie. Het uniform zou het groepsgevoel bevorderen en de ongelijkheid qua financiën wegwerken. Wat dat laatste betreft, leert de ervaring dat ook uniformen van elkaar verschillen inzake de kwaliteit van snit en stof, wat eveneens een verschillende prijs oplevert: de echte uitweg is dan dat de school zelf de uniformen levert en zo een kledingzaak wordt. Dat het uniform niet noodzakelijk het groepsgevoel bevordert kan men vaststellen bij onze voetbalclubs: sommige teams bestaan uit kliekjes die elkaar niet kunnen uitstaan ondanks het feit dat ze bij elke wedstrijd dezelfde kledij dragen. Groepsgevoel hangt af van een minimum aan kameraadschap en dat dwing je niet af door iedereen dezelfde klederen te doen dragen. Het meest ergerniswekkend was het interview met Mieke van Hecke, hoofd van de Guimardstraat. Die betoogde dat kinderen zekerheid en structuur nodig hebben om gelukkig te kunnen zijn. Om te beginnen kan men er al aan twijfelen of het de doelstelling van het onderwijs moet zijn om kinderen gelukkig te maken: ik dacht dat leren, vorming en opvoeding de primaire doelstellingen waren. Als je kinderen blij wil maken, ga er dan mee naar het circus. Maar van Hecke kon het alweer niet laten om ouders te culpabiliseren die niet beantwoorden aan het model van het klassieke huwelijk: gescheiden ouders en nieuw samengestelde gezinnen. Alsof binnen het klassieke huwelijk alles koek en ei is: hoe vaak moet je als school niet vaststellen dat kinderen uit klassieke huwelijken thuis emotioneel verwaarloosd worden omdat papa en mama met hun eigen carrière bezig zijn, of omgekeerd worden deze kinderen rotverwend doordat er thuis geen normen meer worden aangeboden en dus ook geen pedagogische structuur. Van Hecke bestreed de opmerking dat zij terug wou keren in de tijd en dat zij conservatief zou zijn. Zij had het over de pendel van de geschiedenis die terug zwaaide na de generatie van de permissiviteit, waarbij alweer de 68-plussers ervan langs kregen. Het schooluniform is naar mijn mening een teken van zwakte en onmacht: men kan blijkbaar niet om met verscheidenheid en met de behoefte aan experimenteren bij de jeugd. Laat jongeren toch de kans om zichzelf te ontdekken, ook in hun haartooi en kledij. Bovendien dienen opvoeding en onderwijs voor te bereiden op het latere leven en dat betekent leren functioneren in een samenleving die ook uiterlijk zeer divers is. Mij lijkt het verplichte uniform de beste manier om onverdraagzamen te kweken, met als nevenverschijnsel een gevoel van superioriteit dat louter op uiterlijkheden zal zijn gebaseerd. Je kan eens rondkijken in welke contexten kledij en haartooi extreem belangrijk worden gevonden: bij het leger waar het haar wordt afgeschoren, bij bendes die een alternatief uniform dragen dat vaak hieraan tegengesteld is - langharigheid kan ook een uniform zijn. En je hebt het uniform van hemd en de stropdas gedragen door types die zich fatsoenlijk willen voordoen maar het meestal niet zijn. In al deze gevallen blinken de leden van de groep niet uit door origineel denken of door creativiteit. En ik geloof nog steeds dat deze kwaliteiten bij uitstek de oogmerken moeten zijn van een degelijk onderwijs. Beklemtoon het unieke van iedere persoonlijkheid en maak er geen massaproduct van.
Scores:
Categorie(ën): Geen categorie
|