Mijn moedertaal is het Zelzoats, wat ik al op mijn vierde vloeiend sprak, net zoals de meesten van mijn klasgenootjes. Toen ik naar de middelbare school ging, werden wij verplicht ABN te praten. Later werd dat AN, hoewel ik het niet minder beschaafd vond. Op de middelbare school hielden de leerkrachten streng toezicht om te horen of we op de speelplaats wel degelijk het dialect achterwege lieten. Met als gevolg dat ik na een aantal jaren ook thuis tegen het buurmeisje dat tevens een klasgenote was AN sprak. Buitenshuis spreek ik nu een schakering tussen opgepoetst dialect en degelijk AN. Alleen als ik écht boos word, verval ik wel eens in mijn eigen dialect. En dat gebeurt een enkele keer zelfs in de klas. Ik vind het betreurenswaardig dat het plaatselijk dialect verloren gaat. Maar ik begrijp dat dit een evolutie is die niet tegen te houden valt. Met alle moderne middelen is de wereld véél kleiner geworden dan 30 jaar geleden. Dialect is meer en meer ‘not done'. In het begin van mijn carrière, een vijftiental jaar geleden, deed ik een interim in een derde kleuterklas. De kinderen kregen de opdracht om alle woorden met een ij-klank te omcirkelen. Eén jongen duidde ook de schommel aan ... hij dacht dat het een ‘bèze' was. Voor mij was daarmee het bewijs geleverd: tegen mijn eigen kinderen zou ik AN praten, tenminste toch tot ze het eerste leerjaar achter de rug hadden. Achteraf bekeken was dat een foute zet. AN hadden mijn kinderen onderweg wel opgepikt maar dialect konden ze alleen van hun familie leren. Pogingen bij mijn huidige tieners stranden steevast bij het correct proberen uitspreken van sommige in het AN onbestaande klanken. Binnenshuis spreek ik plat Zelzoats. Omdat het mijn moedertaal is. Om het op die manier levendig te houden voor mijn kinderen. En om te bewijzen dat er nog ander dialecten bestaan dan het Antwaarps uit de televisieprogramma's...
Scores:
Categorie(ën): Taal
|