Deze blog is het vervolg van vorige week. Zo kom ik bij het leven op straat en bij de hangjongeren. In zeker opzicht waren wij in onze tijd ook hangjongeren, alleen hingen we niet: we waren actief bezig met sport of spel. We zaten op het voetpad te kaarten of te knikkeren, we speelden katje verloren of voetbalden en later gingen we tegen elkaar racen op de fiets. En daarnaast moesten velen van ons thuis helpen, soms in die mate dat je kon spreken van kinderarbeid. Wat we dus zelden meemaakten was een ervaring van verveling, want ook op winterse dagen was er nog wat te beleven; ik denk onder meer aan de spelletjes in huis waar de ouders wel eens aan deelnamen of aan de oeverloze lectuur van boeken die ontleend werden in de bibliotheek. En wie daar niet genoeg aan had, die kon bijvoorbeeld met de hond gaan wandelen: zelf heb ik uren doorgebracht op de dijk aan de Schelde met een pracht van een hond. We moeten hierbij opmerken dat veel van deze bezigheden vandaag bijna onmogelijk zijn geworden in een stedelijke omgeving vanwege een gebrek aan veiligheid en infrastructuur. De stedelijke omgeving nodigt niet altijd uit tot sport en spel, en de behuizing is vaak zo krap of ongezellig dat de jongeren wel naar buiten worden gejaagd. Zo krijg je hangjongeren en uit pure verveling worden zij soms vandalen, zeker onder de druk van een groep waarin stoerheid een soort competitie is geworden. In wezen gaat het om energie, jonge levenskracht. Het is mijn overtuiging dat deze energie niet te beteugelen valt, maar alleen kan gebonden worden aan positieve of neutrale activiteiten wil men vermijden dat ze gebonden wordt aan schadelijke activiteiten. Deze energie wil zich hoe dan ook manifesteren en wanneer ze geen kansen of stimuli krijgt om zich opbouwend of creatief uit te leven, dan zoekt zij het destructieve of gewelddadige op. Deze ontsporing los je niet op met overlastboetes of andere vormen van bestraffing. Het komt erop aan de vier s’en te stimuleren: studie, sport, spel en samen werken. Maar dan moet de accommodatie daar ook toe uitnodigen. Jongeren hebben thuis een rustige kamer nodig, en buiten de huiskamers moet er een infrastructuur zijn die sport of spel mogelijk maakt. Ik heb het nu over jongeren uit ons eigen land en niet over ingeweken bendes uit de voormalige Oostbloklanden, daarover kan ik alleen maar herhalen wat Karel van Miert altijd heeft gezegd: deze landen zijn veel te voorbarig toegelaten tot de EU. Ongewenst gedrag zal je nooit volledig kunnen uitsluiten, wij waren in onze vlegeljaren ook niet altijd toonbeelden van deugdzaamheid: zelfs in de beste omstandigheden kunnen kinderen of jongeren baldadig zijn; ook als de randvoorwaarden zijn vervuld kan er levensenergie overblijven die zich minder aangenaam manifesteert. En dan kun je als opvoeder (en iedere volwassenen is een opvoeder) niet anders dan sanctioneren. In die sancties zal zich een gradatie voordoen, en à la limite komen daar boetes bij kijken of zelfs opsluiting, maar dat zijn de extremen wanneer al het voorafgaande niet heeft geholpen. Bij sancties is het belangrijk dat de jongeren steeds blijft voelen dat de emotionele band ongeschonden blijft: de opvoeder straft uit liefde of bekommernis, en niet om zich te doen gelden, niet om de persoonlijkheid van de jongere te breken of te onderwerpen. En iedere opvoeding heeft haar grenzen wat haar slaagkansen betreft: in de beste gezinnen komen kinderen voor op wie niets vat heeft, er zit een eigenzinnigheid in die tot zeer onaangename of zelfs gevaarlijke toestanden kan leiden. Dit is geen reden om aan jezelf te twijfelen: jonge mensen zijn nu eenmaal niet te programmeren; een gedeeltelijke ‘mislukking’ betekent niet dat men verkeerd bezig is geweest. De onvoorspelbaarheid zit in onze genen, ook ‘brave burgers’ vragen zich wel eens af: waarom heb ik dit nu gedaan of gezegd? Wie zichzelf altijd en overal onder controle heeft, is geen mens maar een machine. We kunnen dan ook niet verwachten dat jongeren functioneren als machines, als robots die een voorgeschreven gedrag kopiëren. Dat blijft het avontuur van de opvoeding: gun jongeren de kans om zichzelf te ontdekken, ook al gaat dit met vallen en opstaan en kunnen tijdens dat vallen ernstige builen ontstaan. Boeiende mensen zijn altijd hier of daar geschonden: gaaf zijn alleen de keien op wie alles afspoelt, maar keien zijn dan ook zeer hard en weinig menselijk.
Scores:
Categorie(ën): Beschouwend
|